Interview SportKnowhowXL

door: Thomas van Zijl

De Nederlandse honkballers behoren tot de wereldtop, maar in tegenstelling tot in bijvoorbeeld de Verenigde Staten is talent hier niet in ruime mate voorradig. Alle reden om het selecteren van jonge topspelers te perfectioneren en zuinig op hen te zijn. De wetenschap draagt met onderzoeksproject Fastball bij aan zowel sneller als veiliger – lees blessurevrij – te werpen. Hoofdonderzoeker Erik van der Graaff: “Onze schaarste maakt ons creatief en helpt ons vooruit.”

Erik van der Graaff, die binnenkort promoveert aan de Vrije Universiteit, volgde drie jaar lang jonge pitchers van de regionale academies en legde alles vast. Van armlengte en krachtvariabelen tot flexibiliteit in de schouders. Het leidde tot een schat aan data die nog niet helemaal is doorgespit en geanalyseerd. Of dat nodig zal zijn is overigens nog maar de vraag. Van der Graaff is zeker geen voorstander van meten om het meten.

“Het is een trend om alles aan data op te hangen. Daar is niets mis mee, zolang er een duidelijk doel is. In ons geval bestaat dat uit een beter screeningsmodel.” Nederland kan zich volgens Van der Graaff met een dergelijk model onderscheiden van een honkbalgrootmacht als Amerika.”

Blessurepreventie
In Amerika is is zoveel talent dat de begeleiding van jonge werpers op wezenlijke punten verschilt. Lukt het met de een niet, dan wel met de ander. De macht van het getal maakt een wereld van verschil. “De besten worden goed, en valt het tegen dan is er altijd nog een heel leger anderen om op terug te vallen”, zegt Van der Graaff. Blessurepreventie lijkt in de VS nauwelijks een thema, want uitval heeft geen grote gevolgen.

“Op het hoogste niveau wordt in de VS gegooid met een snelheid van 95 mijl, in de Nederlandse hoofdklasse halen de uitblinkers 85 mijl”

Die situatie is onvergelijkbaar met de Nederlandse context. Hier is honkbal een kleine sport. Veelbelovend talent moet gekoesterd worden, maar overbelasting ligt op de loer. Toch hebben Van der Graaff en andere leden van het onderzoeksteam wel degelijk naar Amerika gekeken. “Op het hoogste niveau wordt daar gegooid met een snelheid van 95 mijl, in de Nederlandse hoofdklasse halen de uitblinkers 85 mijl. Onze ambitie is om dat gat kleiner te maken.”

De lengte van de armen, een sterke romp, een grote mate van flexibiliteit; voor een goede worp is het allemaal van belang

Feedbacksysteem
Het onderzoeksproject Fastball werd de afgelopen jaren uitgevoerd door twee Universiteiten (VU en TU Delft) en honkbalbond KNBSB. Voor financiële en technische ondersteuning kon het team rekenen op een consortium van bedrijven. Literatuurstudies waren er al voldoende, het ontbrak aan wetenschappelijk onderzoek dat verschillende factoren met elkaar in verband bracht. De lengte van de armen, een sterke romp, een grote mate van flexibiliteit; voor een goede worp is het allemaal van belang, maar het gaat om de combinatie en de juiste timing. Met name dat laatste is cruciaal. Van der Graaff en zijn team ontwikkelden een feedbacksysteem dat de beweging van de worp minutieus vastlegt om de timing te perfectioneren.

“Zeker voor mensen die ergens al heel goed in zijn gaat het om details. Die zijn meer gebaat bij een zogenoemde expliciete manier van leren, dat wil zeggen aan de hand van directe feedback over de beweging zelf.” In de jeugd is waarschijnlijk een meer impliciete methode beter, met de nadruk op het doel van de beweging.

Hardnekkige aannames
Wil die jeugd het hoogste niveau bereiken, dan moet het screeningproces optimaal worden ingericht. Scouts en trainers letten nu nog niet altijd op de juiste kenmerken. Hardnekkige aannames liggen daaraan ten grondslag. Van der Graaff: “De gedachte was altijd: hoe langer hoe beter, zeker als het om armen gaat. Wij zijn tot de conclusie gekomen dat het daar niet per se om draait. Het is belangrijk dat armen met name rélatief lang zijn. Een kleine pitcher met in verhouding lange armen, heeft een prima uitgangspositie.”

Van der Graaff denkt dat er uit alle data die hij de afgelopen drie jaar verzamelde nog meer aanknopingspunten voor een betere screening naar voren komen. Voor hij daar serieus werk van gaat maken, legt hij eerst de laatste hand aan zijn proefschrift. Daarna vertrekt hij voor tien weken naar een honkbaltrainingscentrum in Amerika. “Hopelijk kom ik er daar achter dat wij in Nederland inderdaad goed bezig zijn.”

Voor meer informatie: www.pitchscience.nl en www.erikvandergraaff.nl

Original article: http://www.sportknowhowxl.nl/nieuws-en-achtergronden/nieuwsberichten/nieuwsbericht/112734/onderzoek-helpt–3cem-3epitchers-3cem-3e-sneller-en-veiliger-te-werpen

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *